Manchester by the sea

 

Als het optreden van een acteur wordt vergeleken met Marlon Brando, dan leg je de lat wel heel erg hoog. Vandaar dat ik aanvankelijk wat sceptisch stond tegenover Manchester by the sea van Kenneth Lonergan. Het maakt natuurlijk ook nieuwsgierig. En ik vind Casey Affleck inderdaad een erg sterk acteur, dus besloot ik het een kans te geven.

Affleck speelt de rol van Lee Chandler, die rondloopt alsof hij dagelijks wordt bezocht door honderden demonen. Zijn leven in Boston kabbelt voort, als hij bericht krijgt vanuit zijn geboortedorp: zijn broer Joe is overleden. En alsof dat nog niet genoeg is, krijgt Lee de voogdij over de zoon van Joe, Patrick (Lucas Hedges). Patrick blijkt nogal bijdehand, wat niet altijd een goeie werking heeft op de directe Lee. En dan loopt er ook nog een ex rond (Michelle Williams) met wie Lee een gruwelijke geschiedenis deelt.

Manchester by the sea is geen film waar veel in gebeurt. Tenminste, zo lijkt het. Je voelt wel dat het schuurt, maar wát precies, dat blijft lang in het midden. En áls dan duidelijk wordt hoe alles in elkaar steekt, krijgt de film plotseling een andere lading, waarin Lee een rouwproces vertegenwoordigd. Hij weet zijn verdriet lang binnen te houden, en als hij zijn emoties dan toont – een huilbui bij een vriend, een vuist door het raam – komt het extra hard aan.

Gelukkig valt er ook nog wat te lachen. Is Lee gedompeld in diep verdriet, Patrick is bezig met meisjes en zijn band, wat voor genoeg bitterzoete komedie zorgt. Of Lee nu zijn neefje moet kalmeren omdat die een paniekaanval krijgt, of de twee de auto kwijt zijn geraakt, ze zijn aan elkaar gewaagd.

Er zijn heus wel wat minpuntjes aan te wijzen, in dit geval overheersen de sterke punten. Manchester by the sea is wat mij betreft één van de beste films van dit jaar. En Afflecks prestatie zou Brando trots maken.

Split

 

De carrière van M. Night Shyamalan kent een interessant verloop. Hij begon goed met The Sixth Sense, daarna volgde een wat mindere Unbreakable (hoewel dit nu echt een goede superheldenfilm was), en ging het bergafwaarts met dieptepunten als The Happening en After Earth. Toen was daar plotseling het spannende The Visit, waarvoor Shyamalan de zogenaamde “redeemer award” kreeg. Dit is een prijs uit de Raspberry Award stal die aangeeft dat je weer goed bezig bent. Het moet hem goed hebben gedaan, want dit jaar was er Split.

In deze film staan twee personages tegenover elkaar: de verlegen Casey Cooke (Anya Taylor-Joy) en Kevin (James McAvoy). Kevin heeft drieëntwintig persoonlijkheden, die geloven dat ze met zijn allen één entiteit op kunnen roepen: The Beast. Als Kevin dan ook nog eens drie meisjes ontvoerd, waaronder Casey, begint een gevecht op zowel psychologisch als fysiek gebied.

Het verhaal zal bij de één gegrinnik oproepen, de ander zal het fantastisch vinden. Ik hoor tot het tweede kamp. In de zaal hoorde ik een vrouwtje naast mij mompelen “ik geloof er niks van”, en in recensies las ik dat het script niet altijd even logisch is. Dat zal best. Maar ik vond dit een een geslaagd werk van Shyamalan. Hij heeft een ijzersterke zet gedaan door McAvoy te casten als Kevin, die soepel tussen de persoonlijkheden weet te schakelen. Hij behandelt elke persoonlijkheid als een volwaardig personage, zodat het erg geloofwaardig wordt.

Er zijn schoonheidsfouten te bespeuren (houterige dialogen, prekerige toon) waardoor het niet een geweldige film is geworden. Maar wel eentje die je bijblijft. En die bovendien even wat dieper snijdt dan we van Shyamalan gewend zijn, zeker na zijn meer sentimentele werken. En natuurlijk moeten we het einde niet vergeten. Ik ga dat niet verklappen, maar verdorie, Shyamalan heeft dit keer een prachtige twist uit zijn hoge hoed getoverd.

 

Brimstone

 

Jarenlang heeft Martin Koolhoven eraan gewerkt, nu is ie er dan: Brimstone, zijn epische western, met glansrollen voor Dakota Fanning, Guy Pearce en Carice van Houten. Dat het publiek zijn kans grijpt wordt direct duidelijk, de première in Kriterion is namelijk goed bezocht.

In Brimstone draait het om Liz (Fanning) die op de vlucht is voor de mysterieuze The Reverend (Pearce). Het verhaal is verdeeld in vier hoofdstukken. Om het de kijker nog even moeilijk te maken, wordt het verhaal achterstevoren verteld. Tenminste, tot halverwege, dan wordt het wel weer chronologisch verteld. En dan vallen alle stukjes in elkaar.

De vorm van vertellen doet denken aan de klassieker van Christopher Nolan, Memento, waarin ook Guy Pearce een belangrijke rol speelt. Het grote verschil met Brimstone, is dat daar de achterstevoren structuur een functie had: het personage van Pearce leed namelijk aan geheugenverlies. En op deze manier hadden zowel de kijker als hij een informatieachterstand, waardoor je je meer met het personage ging identificeren. In Brimstone is dat niet het geval. Wel de informatieachterstand, maar ik kon mij lastig met de personages identificeren.

Het geweld in de film is behoorlijk cru. Daar heb ik niks op tegen, (ik ben een fan van Quentin Tarantino nota bene), maar het komt wel vrij cartoonesk over. Zeker als een personage weigert te sterven en je je afvraagt of er misschien geheime superkrachten in het spel zijn.

Daar staat dan weer tegenover dat Brimstone razendspannend is en de strijd tussen Liz en The Reverend zenuwslopend. Het geeft de film een harde, rauwe sfeer zoals we die kennen uit de beste westerns. En laten we niet vergeten dat Pearce erin is geslaagd zich een redelijk overtuigend Nederlands accent aan te meten. Dat maakt de film toch weer erg de moeite waard.

Poesía sin fin

 

Samen met regisseurs als David Lynch heeft de Chileense filmmaker Alejandro Jodorowsky zijn bijdrage geleverd aan de zogenaamde nachtcinema. Films die het daglicht niet konden verdragen en daarom in de nachturen werden vertoond. Wie is er bijvoorbeeld bekend met parels als El Topo of La montana sagrada? Intussen is Jodorowski wat meer mainstream geworden en draaien zijn films ook gewoon ’s avonds. Zoals Poesía sin sin, een vervolg op het autobiografische La Dansa de la realidad. Ook dit werk is een autobiografische film, waarin Jodorowsky kennismaakt met het artiestenleven en steeds meer vervreemd van zijn tirannieke vader.

Het is een film die je niet zomaar eventjes kijkt, al behoort het tot de meer toegankelijkere werken van Jodorowsky. Hij is meer geïnteresseerd in het scheppen van een vervreemdende, absurde sfeer, waarin humor en ontroering hand in hand gaan. Ook kan hij het zelden laten zijn filosofische ideeën in zijn films te verwerken, wat nogal eens kan zorgen voor meanderende zijpaadjes.

Ik kan daar zelf erg van genieten. Je wordt meegenomen naar een andere wereld en ontmoet de meest uitzinnige personages. Het enige minpuntje is dat het allemaal wel erg gelikt aanvoelt en op momenten wel erg vrolijk. Ik heb niks tegen vrolijke films (Boyhood is één van mijn favorieten), maar in dit geval kan het geforceerd overkomen. Hoe de jonge Jodorowsky aankomt bij een gezelschap van artiesten en zijn gedichten juichend worden ontvangen, bijvoorbeeld. Hij kan ongetwijfeld mooi dichten maar zo bijzonder is het nu ook weer niet.

Afgezien daarvan is Poesia Sin Fin een lust voor het oog en laat Jodorowsky zien op hoge leeftijd (hij is inmiddels 87) nog steeds in vorm te zijn. Dit schijnt een trilogie te moeten worden, ik kijk uit naar het derde deel.

Arrival

 

Hij heeft een remake/vervolg van Blade Runner gemaakt die later dit jaar te zien zal zijn. Je zou de sciencefictionfilm Arrival een vingeroefening kunnen noemen van de Canadese filmmaker Denis Villeneuve, dat is net zoiets als The Beatles beschrijven als een jongensband.

Het lijkt een vrij normale dag voor taalkundige Louise Banks (Amy Adams), als er plots ruimteschepen op aarde landen. Alles en iedereen wordt op scherp gezet en Louise wordt direct gerekruteerd door het leger. Niet om te vechten, maar om te communiceren met de bezoekers. Ze krijgt daarbij hulp van onder meer Ian Donnelly (Jeremy Renner). Intussen krijgen we in flashbacks een vorig leven van Louise te zien. Zo is ze getrouwd geweest en verloor ze haar dochter aan een mysterieuze ziekte.

Arrival is het soort film waarin er niet direct sprake is van spectaculaire gevechten met de buitenaardse wezen, maar eerst geprobeerd wordt om contact met ze te leggen. En hoe dit verloopt. Louise komt er al snel achter dat de wezens – die overigens doen denken aan de monsters uit de werken van Lovecraft – “praten” door middel van wiskundige codes. Deze zitten verstopt in afbeeldingen die veel weg hebben van de zogenaamde Rorschachvlekken.

De film doet serk denken aan 2001: A Space Odyssee van Stanley Kubrick. Arrival beweegt zich eveneens voort op trage manier en besteedt veel aandacht aan de psychologie achter het verhaal en de personages. Het dwingt je om na te denken over hoe wij met elkaar communiceren en hoe complex taal eigenlijk is. Dankzij de schitterende soundtrack krijgt de film ook nog eens een fijn psychedelisch onderlaagje.

De meningen zijn wat verdeeld over het eind, ikzelf vond dit juist alles afmaken. Nadat Villeneuve bijna twee uur lang met puzzelstukjes heeft lopen strooien, valt alles op zijn plaats. En komt alles ineens in een heel nieuw licht te staan. Ik wil maar al te graag de film opnieuw kijken en de diepere lagen ontwaren. Dat zijn nu de betere films.

Nocturnal Animals

Toen Tom Fords tweede film  Nocturnal Animals begon in het kleinste zaaltje van Cinecenter, vroeg ik mij nog even af of ik niet per ongeluk in de verkeerde zaal zat. Of dat de verkeerde film werd vertoond. Het begint met corpulente, poedelnaakte vrouwen die onder de glitters zitten en enthousiast dansen. Hun bewegingen zijn in slowmotion opgenomen, wat het vervreemde element nog meer benadrukt. En dan, boem, komt Susan Morrow (Amy Adams) in beeld. Ze kijkt strak voor zich uit, alsof de wereld om haar heen niet bestaat.

Later die avond wordt een boek bij haar geleverd, geschreven door haar ex-man Edward Sheffield (een indrukwekkende rol van Jake Gyllenhaal). Het is een boek waarin een gewelddadige verkrachting wordt beschreven, gevolgd door moord en bloederige wraak. Terwijl Susan het boek leest, krijgt ze meer en meer het idee dat dit Edwards manier is om wraak op haar te nemen. Voor iets wat lang geleden is gebeurd.

Nocturnal Animals werd erg goed ontvangen door critici en zou omschreven kunnen worden als een “intelligente thriller”. Het is ook erg spannend. De scènes die zich in het boek afspelen zijn snoeihard, zeker als Aaron Taylor-Johnson als de psychopaat Ray Marcus zijn intrede doet. En Michael Shannon geeft met zijn rol als sheriff Bobby Andes weer eens zijn eigen invulling van de term “intens acteren”. En toch wist Nocturnal Animals mij niet helemaal te pakken.

Het is een typische film met nadruk op de visuele elementen. Veel moet duidelijk worden uit wat er gebeurt en wat je ziet, niet zozeer uit wat wordt gezegd. Zo gaf Ford aan dat de dansende vrouwen symbool staan voor een gevoel van bevrijding en schaamteloosheid, wat weer contrasteert met Susans depressie.

Leuk, maar het zorgt vooral voor momenten die ik niet direct kan plaatsen, waardoor de film dreigde in te zakken. Dat neemt niet weg dat Ford er wel in slaagde zijn tweede film een heerlijk duistere sfeer mee te geven. Dit maakt Nocturnal Animals nog zeer de moeite waard.

La La Land

Op een uitzondering na heb ik een hekel aan musicals. Omdat La La Land is geregisseerd door Damien Chazelle, verantwoordelijk voor de krachttoer Whiplash, en ik na alle positieve recensies toch wel erg nieuwsgierig was geworden, besloot ik deze film toch een kans te geven.

Sebastian (Ryan Gosling) is een pianist die speelt in clubs, Mia (Emma Stone) een serveerster die hoopt ooit door te breken als actrice. Ze ontmoeten elkaar, gaan door het wel en wee dat elk koppel met dromen heeft, en trekken er hun lessen uit.

Read More