The Great Dictator

1940 zou een spannend jaar worden voor Charles Chaplin. De meester van pantomime en slapstick voelde zich erg thuis in de stille film, het was nu al een tijdje mogelijk om dialogen op te nemen. Chaplin wist niet zeker of hij wel echt voor vol geluid wilde gaan. Zou hij de overgang soepel kunnen maken? Het betekende de inzet van nieuwe technologie. Met The Great Dictator besloot hij er zich voor het eerst aan te wagen. Vanzelfsprekend nam alle bijna alle productionele rollen op zich. Hij schreef het script, bediende de camera, regisseerde en acteerde. Wat het acteren betrof ging hij voor een dubbelrol.

Chaplin is zowel een Joodse kapper die na de Eerste Wereldoorlog leidt aan geheugenverlies, als de machtswellusteling dictator Adenoid Hynkel. De Joodse kapper heeft werkelijk geen idee van van zijn opkomst en gaat gewoon verder met zijn leven. Intussen houdt Hynkel gepassioneerde toespraken, vol met Duitse onzinwoorden waarin hij zijn, ehm, fulmineert over de Joodse gemeenschap.

Ik ben niet helemaal thuis in Chaplins werk en kan geen vergelijkingen maken met bijvoorbeeld City Lights of Modern Times. Wat ik wel kan zeggen is dat hij van elke scène in The Great Dictator een feestje maakt. Het zijn briljante, op zichzelf staande sketches die de film vooruit helpen en tegelijk het bewijs vormen van Chaplins komische talenten. Zo wordt op het slagveld een gigantisch kanon ingezet dat nauwelijks blijkt te werken. Als Hynkel met ferme passen door zijn massieve paleis stapt vormt elke zaal de achtergrond voor een andere grap. Met als hoogtepunt zijn “dans” met de ballonnen wereldbol.

Jack Oakie moet absoluut genoemd worden. Hij speelt de rol van dictator Napaloni en is een meer dan waardige tegenspeler voor Chaplin. Die twee samen op beeld levert haantjesgedrag op, een wedstrijdje acteren. Tenzij Chaplin het zo heeft geregisseerd natuurlijk. Maar ik heb het idee dat ze elkaar toch probeerden af te troeven in spelprestaties. Het meer stille, fysieke acteren van de één, tegenover de luidruchtige en extraverte aanwezigheid van de ander.

The Great Dictator wordt nog steeds beschouwd als een meesterwerk en leverde Chaplin zijn grootste commerciële succes op.

Omdat de focus op de grappen ligt voelt het verhaal zelf wat bijeengeraapt. Toeval speelt een grote rol en de toewerking naar de climax komt op mij wat haastig en ongeloofwaardig over. Wel wordt de gelijkenis tussen Hynkel en de Joodse kapper goed benut. Al zien de twee personages er hetzelfde uit, Chaplin kan ze een hele andere energie meegeven. Het moment waarop de Joodse kapper voor de microfoon staat om het volk toe te spreken, zie je een totaal andere persoonlijkheid.

Dat komt echt goed naar voren in de slotspeech van de Joodse kapper. In tegenstelling tot de agressieve woordenwaterval van Hynkel, houdt de Joodse kapper een bezielend betoog over liefde en vrede. “We think too much and feel too little!” roept hij, kijkend in de camera.

Met zijn allereerste praatfilm geeft Chaplin de nieuwe geluidstechnologie een dikke knuffel. Het was elf jaar nadat de stille film uit de mode was geraakt, dus het was wel tijd om er eens aan te beginnen. The Great Dictator wordt nog steeds beschouwd als een meesterwerk en leverde Chaplin zijn grootste commerciële succes op. Missie geslaagd.

The Great Dictator (1940) on IMDb

Regie: Charlie Chaplin. Met: Charlie Chaplin en Jack Oakie

Een gedachte over “The Great Dictator

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.