Pirates of the Caribbean: The Curse of the Black Pearl

Piraten. Het publiek zag deze plunderaars graag in films toen het medium nog in de kinderschoenen stond. Later bloedde de interesse ervoor langzaam dood. Iedere poging om kijkers naar de bioscoop te trekken voor dit soort spektakel eindigde steevast in flops. Geen enkele producer ging zich nog aan dit genre branden. Maar toen kwam er het glorieuze idee inspiratie te halen uit een populaire attractie van Disneyland Parijs. Deze attractie heet Pirates of the Caribbean en laat de bezoeker rondvaren in een bootje terwijl het verhaal van plunderende piraten wordt uitgebeeld.

Als dit nou eens vertaald zou kunnen worden naar film, met als titel Pirates of the Caribbean: The Curse of the Black Pearl, zou dit geheid een hit opleveren. Er is immers een verwijzing naar een bewezen succes. Dat moet mensen trekken. De eerste versie van het script kwam van Jay Wolpert. Een jaar later, in 2002, ging Stuart Beattie aan de slag met de nieuwe versie en kwamen ook Ted Elliott en Terry Rossio zich ermee bemoeien. Spektakelkoning Jerry Bruckheimer overzag de productie. Gore Verbinski, die eerder de bescheiden culthorror The Ring had geregisseerd, mocht achter de camera staan.

Het laatste puzzelstukje was een acteur die zijn kunnen al had bewezen, maar nog nooit een commerciële film had gedragen. Met Pirates of the Caribbean: The Curse of the Black Pearl zou hij doorbreken als publiekstrekker. Ik heb het natuurlijk over Johnny Depp, die als Jack Sparrow een onvergetelijk personage heeft gecreëerd. Depp zag piraten als de rocksterren van hun tijd en besloot Jack dan ook zo te spelen. Jack gaat volstrekt zijn eigen gang en voorziet de film van swing.

De plot van Pirates of the Caribbean: The Curse of the Black Pearl wordt voortgedreven door een vervloekte schat. Iedereen die het waagt ervan te stelen komt in een soort schemerwereld. De dief worstelt met een onverzadigbare verlangen naar voedsel, drank en lust. Sterven is onmogelijk. In het maanlicht zal zijn ware gedaante zichtbaar worden: een skelet waar de rottende lapjes vlees nog net niet van af vallen. Dat levert prachtige scènes op. Denk je een boot vol piraatskeletten voor. Of geraamtes die over de bodem van de oceaan marcheren.

Met andere woorden, Pirates of the Caribbean: The Curse of the Black Pearl voldoet aan de voorwaarden van een grootse film die mij zeker moet smaken. Toen hij verscheen in 2003 kwam het geld met bakken binnen. De daaropvolgende filmserie is één van de meest winstgevende uit de filmgeschiedenis. En dan is er nog de loyale fanaanhang die per film groeide en fanatieker werd.

Toch merk ik dat ik deze rit tegen vind vallen. De opbouw duurt lang. Het script laat Jack tot vermoeiends toe van hot naar her huppelen en iedereen tegen elkaar opzetten. Het gevecht tussen hem en Barbossa (Geoffrey Rush) voelt meer als een moetje dan als de aanloop naar de climax. En waren die 143 minuten nou echt nodig…? Het komt wat gerekt op mij over, alsof de film per se minstens twee uur moest duren. De scenaristen hadden uitstekende verhaalelementen tot hun beschikking, in mijn ogen komt het niet helemaal lekker samen.

Ik heb mij zeker vermaakt, voor een film die vier vervolgen opleverde en een plekje heeft in IMDB’s beroemde lijst van 250 beste films verwacht ik een strakker script en meer tempo. Pirates of the Caribbean: The Curse of the Black Pearl biedt genoeg amusement middels gegriezel, gelach en zwaardgekletter. Maar als geheel zie ik eerder een overvol schip dan de succesvolle start van een filmserie.

Regie: Gore Verbinski. Met: Johnny Depp en Geoffrey Rush

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.