The Producers

The Producers, het regiedebuut van Mel Brooks, heeft een mythische status verworven in de wereld der komedie. Die wilde ik echt wel eens gezien hebben. Producer Max Bialystock (Zero Mostel) zit zo krap bij kas, dat hij oude vrouwtjes, ehm, “pleziert”, in ruil voor cheques met flinke bedragen. De bedeesde Leo Bloom (Gene Wilder), die voor hem komt werken als accountant, oppert een aantrekkelijk idee. Als Max nou een musical produceert dat gegarandeert flopt, maar meer geld ervoor vraagt bij investeerders dan dat het oplevert, kan hij een aardige zakcent verdienen. Voor Leo is het puur een fantasietje.

Hij gaat weer verder met het controleren van de boeken, de temperamentvolle Max ziet echter een kans. Eindelijk geen oude vrouwtjes meer geld afhandig maken (of andere diensten verlenen), maar in één klap stinkend rijk worden. Leo stamelt nog wat over consequenties als het plan mislukt (zoals de gevangenis), Max laat zich niet vermurwen. Ze moeten het slechtste script, de slechtste regisseur en de slechtste cast ooit vinden.

Tot het moment dat Max en Leo het plan in uitvoer brengen is The Producers zeker vermakelijk, maar niet heel erg grappig. De beginscènes, waarin Max “bezig” is met één van de oude vrouwtjes, is erg flauw. Leo’s overslaande stem en hysterische gedrag werken nogal op de zenuwen. Zijn uitbarsting kan ik dan wel waarderen (“I’M HYSTERICAL, AND I’M WET!”). Als de twee elkaar de hand schudden voor een twijfelachtige samenwerking en het juiste materiaal en mensen uitzoeken, weet The Producers mij aan het lachen te maken.

Welk script kan nou zo slecht zijn dat critici het unaniem afkraken? Een verhaal zo erbamerlijk dat het publiek na de eerste voorstelling massaal wegblijft? Wat te denken van Springtime for Hitler, een zogenaamde liefdesbrief aan de dictator? Het is geschreven door Franz Liebkind (een tandenknarsende en heldmdragende Kenneth Mars), volgens wie Hitler een briljant schilder was. Laat dit even tot je doordringen: de joodse Leo wordt dus de producer van een musical met Adolf Hitler in de hoofdrol.

Tijdens de audities komt de verdwaasde hippie L.S.D. (Dick Shawn) langs. Hij is eigenlijk verdwaald, mag evengoed auditeren en zingt een liedje zingen dat werkelijk niets met de auditie – of de film – te maken heeft. Uiteraard wordt hij aangenomen. De regisseur, Roger de Bris (Christopher Hewett), vindt het script naar eigen zeggen briljant, er zijn wel aanpassingen nodig. Dat einde, waarin Hitler de oorlog verliest, dat is echt te depressief. En kom, dit is een muscial, er moet dans komen! Vertier!

Deze grappen lijken verzonnen door iemand die totaal buiten de wereld staat, geen enkel contact heeft met de maatschappij. Het is net of Ed Wood het zou hebben bedacht, met als enig verschil dat hij de ideeën als artistiek zou beschouwen. Brooks wilde iets creëren om van Hitler één grote grap te maken. Alles wat bruikbaar is om de dictator belachelijk te maken wordt verwerkt in het scenario. Dus maakt L.S.D. van Hitler een over de top clown die elke zin eindigt met “baby!”

Max en Leo hebben er alles aan gedaan om de slechtste show ooit in elkaar te knutselen en zitten zich tijdens de openingsavond in de nabijgelegen kroeg al te verheugen op de dollars. Eindelijk uit de geldproblemen! Eindelijk doen wat ze zelf willen! Daar moet op gedronken worden, zoveel mogelijk! Immers, wie zou er nou genieten van een liefdesverklaring aan Hitler?

The Producers moet even op gang komen, daarna wordt het erg leuk. Evenwichtig kan ik deze komedie niet noemen, wel slaagt Brooks erin om het symbool van Kwaad te reduceren tot een mop van krap anderhalf uur. Wat mij betreft is The Producers daarom meer dan geslaagd.

Regie: Mel Brooks. Met: Zero Motel en Gene Wilder

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.