Jackass Number Two

Waarom doe ik dit, vroeg ik mij af toen ik Jackass Number Two afrekende bij de kassa. In tegenstelling tot veel van mijn generatiegenoten, heb ik nooit iets met Jackass gehad. Een groep idioten met ongemakkelijk hoge pijngrens volgde opper-idioot Johnny Knoxville bij het uitvoeren van levensgevaarlijke en ranzige stunts. Eerst was er de succesvolle serie, daarna kwam de eerste film. Inmiddels staat de trailer voor deel vier online. Met andere woorden, er is dus wel degelijk een publiek voor. Het eerste beeld van Jackass Number Two is de groep die in slowmotion wegrent van een stofwolk.

Langzaam verschijnt er uit die stofwolk een kudde woeste stieren die maar al te graag de mannen op de hoorns neemt. Toegegeven, het is erg bevredigend om te zien hoe zo’n stier iemand te pakken krijgt. Toch hou ik er niet van als onschuldige dieren voor dit soort doeleindes worden ingezet. Dat je jezelf pijnigt en martelt, of je vrienden uitdaagt tot halsbrekende stunts, prima. Maar hou dieren er lekker buiten. Zij vragen er niet om in deze achterlijke productie mee te spelen.

Gelukkig is er ook genoeg diervrij sadomasochistisch vertier waarin uitwerpselen, scheten, sperma, overgewicht, dwergen, schaamhaar en winkelkarretjes als attributen worden gebruikt. Steve-O is onbetwistbaar de grootste gek. Hij steekt zo een flinke vishaak door zijn wang. Of zet een bloedzuiger op zijn oog. Een enkele keer ging het over mijn kokhalsgrens heen en moest ik eventjes wegkijken.

Van alles wat de crew van Knoxville uithaalt, is de stunt met de slang en Bam Margera de opvallendste. Niet omdat de stunt zelf zo bijzonder is. Maar Margera háát slangen. En als hij tegenover een Cobra King staat wordt hij bang. Doodsbang. De zweetdruppels op zijn voorhoofd worden duidelijk zichtbaar. Dit gaat veel verder dan een geintje, dit is iemand breken. Iedereen giert van het lachen, Margera staat op het punt om in huilen uit te barsten.

Jackass Number Two is als getuige zijn van een auto-ongeluk dat op het nippertje goed afloopt.

Op zo’n moment denk ik: waar ligt nou écht de grens? Wanneer is het niet leuk meer? Ik kan maar één antwoord bedenken: er is geen grens. Tot die grens letterlijk verdwijnt. Ofwel, de dood erop volgt. Is Jackass Number Two dan nog steeds brute slapstick? Of sluimert er een latente doodswens? Ik bedoel, de mannen moeten weten dat die stieren hun met gemak kunnen vertrappelen.

Toch betrapte ik mijzelf erop dat ik Jackass Number Two helemaal niet zo slecht vond. Wat deze film in mijn ogen zijn charme geeft is de kameraderie tussen de mannen. Het is, gezien de smerige en pijnlijke streken en nodige groepsdruk, geen doorsnee vriendschap. In feite is het een verzameling mannen die in hun pubertijd is blijven hangen, zich geen zak aantrekt van het acceptabele. Hoe geschokter de omgeving reageert, hoe groter de kick.

Jackass Number Two is als getuige zijn van een auto-ongeluk dat op het nippertje goed afloopt. Op momenten had het iets merkwaardigs vermakelijks, soms moest ik krampachtig mijn maaginhoud binnenhouden of hield ik mijn adem in als iemand net niet zijn nek brak. Al met al had ik een slechtere film verwacht.

Jackass Number Two (2006) on IMDb

Regie: Jeff Tremaine. Met: Johnny Knoxville en Steve-O

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.