Toy Story

In 1995 verscheen de animatiefilm Toy Story in de bioscoop. Het genre was niet nieuw, John Lasseters wondere film legde de lat wel flink hoger. In Toy Story zijn de rollen weggelegd voor speelgoed. Voorop staat cowboy Woody (Tom Hanks), al jarenlang de lieveling van ADHD-kind Andy (John Morris). Toy Story begint op de verjaardag van Andy, die op dezelfde dag met zijn moeder en zusje gaat verhuizen. Ieder stuk speelgoed is doodsbang dat Andy een nieuw speeltje krijgt. Want wat als iemand wordt vervangen? Woody doet zijn best om zijn onrustige popgenoten gerust te stellen.

De brommerige Mr. Potato Head (Don Rickles) vertrouwt het niet, de eeuwig nerveuze dinosaurus Rex (Wallace Shawn) kan alleen maar nagelbijten. Het oprekbare hondje Slinky (Jim Varney) en de spaarpotvarken Hamm (John Ratzenberg), vertrouwelingen van Woody, doen ook hun best de boel te tussen. Als Woody zegt dat alles goed komt, dan komt alles goed. Maar (er is altijd een maar…) dan gebeurt er iets ondenkbaars: Andy krijgt een pop die nog cooler is dan Woody.

Het gaat om “space ranger” Buzz Lightyear (Tim Allen), die meer toeters en bellen heeft dan elk speeltje bij elkaar. Hij roept, niet geheel verwonderlijk, nogal wat ontzag op. Geen wonder dat Woody groen van jaloezie wordt. Buzz is veel meer bezig met zijn rol van ruimteheld, hij gelooft écht dat hij het universum moet redden van kwaadaardige krachten. Woodys afgunst loopt zo hoog op dat hij zijn poprivaal het raam uit laat kieperen. De rest van het speelgoed komt achter zijn “misdaad” en gooit hem, onder leiding van Mr. Potato Head, erachteraan. Woody en Buuz verdwalen en komen terecht bij Andys sadistische buurjongen Sid (Erik von Detten).

Kom er maar eens op: speelgoed dat wordt geconfronteerd met hun plek in de lievelingshiërarchie.

Het is makkelijk om Toy Story puur te prijzen om de oogstrelende animatie. Het gaat hier niet om ouderwets met de hand gemaakte tekeningen. Dit is een kunstmatige, door de computer verwekte film. Maar wat Lasseter en zijn team heel goed hebben begrepen, is dat de personages en het verhaal, ondanks de baanbrekende techniek, altijd de overhand moeten hebben. Andys speelgoed bestaat dan ook uit meer dan alleen stukken plastic en stof. Ze hebben gevoelens, emoties, motivaties. Zie Mr. Potato Head, die al op gespannen voet staat met Woody. Of Rex, wiens wens het is om meer “gevaar” uit te stralen. Hoofdpersoon Woody maakt de grootste verandering door: hij sluit gedurende de filmreis vriendschap met Buzz en leert zijn ego opzij te zetten. Alles aan de plotverloop klopt, aan elk detail is gedacht.

Als kind vond ik Toy Story vooral spannend. Nu, vijfentwintig jaar later, realiseer ik mij dat er ook verrassend diepe thema’s in verwerkt zitten. Kom er maar eens op: speelgoed dat wordt geconfronteerd met hun plek in de lievelingshiërarchie. Het was het begin van een animatierevolutie.

Regie: John Lasseter. Met: Tom Hans en Tim Allen

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.