Skip to content

Full Metal Jacket

In het eerste deel van Full Metal Jacket verwelkomt regisseur Stanley Kubrick ons op Parris Island, het trainingscentrum voor soldaten. Nadat iedereen is kaalgeschoren, worden zij overgeleverd aan de (on)genade van boor sergeant Hartman (R. Lee Ermey). Hij moet van deze zacht gekookte eieren geharde moordmachines maken. Dat doet hij met veel discipline, gescheld en fysieke straffen. Hartman treedt nog het hardst op tegen de simpele dikzak Pyle (Vincent D’Onofrio), van wie je je afvraagt of hij er wel helemaal bij is. Elke keer als hij iets fout doet rekent Hartman de hele groep erop aan. Met als gevolg dat de groep zich tegen Pyle keert en hij langzaamaan doordraait.

Hij ontwikkelt zich wel tot een steeds betere soldaat, maar begint ook in zichzelf te mompelen. Zie zijn ogen, waar Kubrick in verschillende shots op inzoomt. Alsof hij naar iets in de verte staart. Je ziet gewoon dat het kwaad bij hem naar binnensluipt.

Kubrick zou met dit gegeven gemakkelijk de film kunnen vullen. De spanning oprekken, de verbale mishandeling door laten gaan, zodat wij ons meer en meer afvragen wanneer het fout gaat tussen Pyle en Hartman. Of Pyle en de rest van de groep. Maar Kubrick laat deze spanningen al na zo’n vijftig minuten tot een explosieve ontknoping komen. Helemaal gehersenspoeld schiet Pyle eerst Hartman neer en daarna zichzelf.Gekeken naar het eerste deel heeft Full Metal Jacket een lekkere nachtmerriesfeer.

Nog opmerkelijker is dat Kubrick daarna doodleuk overschakelt naar het tweede deel van Full Metal Jacket, wat zich afspeelt in Vietnam. Joker (Matthew Modine) is oorlogsverslaggever en komt zijn maatje Cowboy (Arliss Howard) weer tegen. Joker gaat mee op missie, waarop de groep wordt gegijzeld door een sniper. Na heel veel over en weer schieten krijgen de soldaten de schutter te pakken. Tot zijn afgrijzen ziet Joker dat het een kind is, dat in haar laatste minuten een gebedje mompelt.

Gekeken naar het eerste deel heeft Full Metal Jacket een lekkere nachtmerriesfeer. De plek waar de soldaten slapen ziet er zo leeg, kil en afstandelijk uit, dat het veel wegheeft van een fabriek. Eentje waar moordlustige soldaten worden geproduceerd. Alleen, net als in 2001: A Space Odyssee en Paths of Glory vertegenwoordigen de personages voornamelijk ideeën. Zo heb ik geen enkele emotionele binding met Pyle en Hartman, die allebei te veel aan de oppervlakte blijven hangen. De overgang naar Vietnam doet de spanning ook geen goed. Technisch en sferisch is Full Metal Jacket indrukwekkend, inhoudelijk vind ik het wat hol.

Stanley Kubrick/Matthew Modine en Vincent D’Onofrio

 

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: