Skip to content

The Boondock Saints

Toen ik in een vorig leven nog Literatuurwetenschap studeerde, kwam ik per toeval op de film The Boondock Saints. Ik had er nog nooit van gehoord. Noch was ik op de hoogte van zijn cultstatus. De Ierse broers Connor en Murphy MacManus werken in een slachthuis. Na te hebben geknokt met Russische mafia belanden ze voor een nachtje in de cel, alwaar ze een heuse revelatie ervaren. Er loopt zo verschrikkelijk veel tuig op de straten. Niemand die iets doet. Niemand die de drugsdealers, pooiers en huurmoordenaars een lesje leert. Geen gevangenisstraf. De kogel. De broers proeven bloed en dorsten naar meer. Ze ontpoppen zich als executeurs van misdadigers.

Debuterend regisseur Troy Duffy doet zijn best de film er zo cool mogelijk uit te laten zien, inclusief pompende soundtrack en uitbundig optreden van Willem Dafoe. Hij speelt de FBI-agent Paul Smecker die op het spoor komt van de moordende broers. Het is zijn taak ze op te pakken. Echter, wat die broers doen – het executeren van mafioso – is iets wat hij zelf ook graag zou willen. Luistert hij naar de wet? Of moet hij op zijn gevoel afgaan.

Toen ik The Boondock Saints voor het eerst zag vond ik het ontegenzeggelijk gelikt, maar ervoer ik ook weerstand. Ik kon geen sympathie opbrengen voor Connor en Murphy. Niet echt. Ik begrijp heus wel dat hun slachtoffers criminelen zijn. Maar door zelf het wapen te trekken, zijn de broers echt geen haar beter dan die criminelen. Zeker niet als zíj bepalen wie slecht genoeg is om de kogel te krijgen. Ook opvallend is dat ze vier talen spreken en beschikken over een goed stel hersens. Ze zijn nota bene Paul te slim af. Waarom werken ze dan in godsnaam in een slachthuis? Nu ik hier toch met een kritischere blik naar kijk, hoezo halen ze zonder enige scrupules de trekker over?De onderliggende boodschap is duidelijk: voor eigen rechter spelen moet mogelijk zijn.

Duffy tracht om zijn hoofdpersonages als (anti)helden op te voeren. Maar omdat ze zo koeltjes blijven onder hun acties, ja zich zelfs als opgewonden pubers gedragen, zijn zij in mijn ogen eerder psychopaten. Ze blijven eendimensionaal, geven zich nooit écht bloot. Misschien dat Duffy een minder gelikte insteek had moeten nemen voor zijn materie. Even wat gas terug. Dat had van The Boondock Saints een rauwere, gelaagdere film kunnen maken.

Dit betekent overigens niet dat ik dit een slechte film vind. Stilistisch (al is het sterk afgekeken van Quentin Tarantino) kan Duffy echt wel wat. Dafoe is in optima forma als homoseksuele agent bij wie de frustraties toenemen. Ik vind The Boondock Saints eerder dubieus. Plat. De onderliggende boodschap is duidelijk: voor eigen rechter spelen moet mogelijk zijn.

Troy Duffy/Sean Patrick Flanery en Norman Reedus

 

 

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: