Skip to content

Woodstock

Het is steeds meer gewoonte om, als de tijd erom vraagt, films van jaren geleden weer naar de bioscoop te halen. Voor de legendarische documentaire Woodstock had men helemaal goede redenen, gezien het festival vijftig jaar geleden plaatsvond. Dat de hachelijke onderneming goed afliep – en überhaupt gebeurde – mag een wonder heten. Er werd een opkomst van in de tienduizend verwacht, dat bleek een onderschatting. Ruim vierhonderdduizend jongeren kwamen naar het festival. Het gevolg: verkeersproblemen, te weinig voedselvoorraden, nauwelijks genoeg water en facilitaire voorzieningen.

De geboekte artiesten kwamen te laat door de kilometerslange files, waardoor het programma regelmatig moest worden omgegooid. Regisseur Michael Wadleigh brengt de misère in beeld (zo wordt de organisatie overvallen door een stevige regenbui), maar niemand wil van de problemen weten. De duizenden jongeren worstelen zich dapper door de omstandigheden. Al kan niet iedereen tegen de drukte. Wat ik niet zo heel vreemd vind, het gaat om zo’n half miljoen enthousiastelingen.

Woodstock is deels de geschiedenis ingegaan dankzij de legendarische line-up. Ik heb weinig met Joan Baez of Sha-Na-Na, er komt ook steviger werk voorbij. The Who. Janis Joplin. Joe Cocker. Santana. En de uitsmijter van het festival: Jimi Hendrix. Hij trakteert zijn toeschouwers op een psychedelische versie van het Amerikaanse volkslied. Maar was meer gaande dan alleen briljante muziek.

De wereld stond op het punt te veranderen en Woodstock bevond zich op dat definitieve overgangsmoment.

Zo vraagt Wadleigh aan de organisator hoe het zit met het financiële deel. Het laconieke antwoord: Woodstock is een financiële ramp. Maar kijk naar de mensen! Hoe geweldig is dit! Iedereen lach, leeft vredig met elkaar samen. Wadleigh begrijpt er niets van en stelt zo (ik vermoed onbedoeld) twee kampen tegen elkaar op: het kapitalisme versus de zoektocht naar vrede en vrije liefde. De conservatieve houding tegenover de progressieve geest. Wadleigh gaat nog dieper op deze polarisatie in door verschillende mensen buiten het festival aan het woord te laten.

De één vindt het rampzalig. Je laat je vijftienjarige dochter toch niet in een tentje slapen, ergens op een weiland? Maar, zo wordt tegengeworpen, de jongelui doen toch niemand kwaad? Dit is nog altijd beter dan je zoon naar Vietnam te sturen. Het publiek geniet intussen volop van de artiesten. En van elkaar. Niet alles loopt goed en de chaos lijkt alleen maar verder te escaleren. Toch voelt iedereen: dit is geschiedenis. De wereld stond op het punt te veranderen en Woodstock bevond zich op dat definitieve overgangsmoment. Deze documentaire mag daarom gerust een historisch document worden genoemd.

Michael Wadleigh

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: