Skip to content

The House That Jack Built

Zoveel sterren geven de lezers aan deze titel.

The House That Jack Built heeft een opmerkelijk trage opbouw. Ik zeg “opmerkelijk”, omdat critici over elkaar heen buitelden om te onderstrepen hoe controversieel Lars von Triers nieuwste werk is. Het enige controversiele in het begin is het tenenkrommend ergerlijke personage van Urma Thurman, het eerste slachtoffer van seriemoordenaar Jack. Ze ergert hem net zo lang tot hij stevig uithaalt met een krik. Het kan geïnterpreteerd worden als von Triers manier om te zeggen “jullie vinden mij toch zo’n vrouwenhater? Dan kan je het krijgen ook”, maar echt controversieel zou ik het niet willen noemen. Dat gebeurt pas veel later, als Jack een moeder en twee kinderen doodschiet tijdens een picknick.

Dan pas voel ik weer hoe von Trier de grenzen opzoekt en ze krakend laat buigen. Wat zich daarvoor allemaal afspeelt beschouw ik eerder als sardonische komedie. Jack heeft niet alleen de dwang om te moorden. Hij is ook nog eens een schoonmaakneuroot. Al heeft hij al lang een nieuw slachtoffer gemaakt, hij blijft terugkeren naar het plaats delict om zogenaamde bloedsporen weg te vegen. En ja, dat vind ik grappig.

The House That Jack Built is een psychologisch horrorportret van een seriemoordenaar, met een flinke filosofische ondertoon. In plaats van ons van bloedbad naar bloedbad te brengen, maakt Jack een verband tussen zijn moordlust en zijn drang tot het bouwen van architectonische kunst. Hij legt uit wáárom hij moordt, betrekt een geniale pianist in zijn uitleg, en beschrijft hoe hij een moordpartij beschouwt als een jacht op dieren. Hij krijgt een stevige tegenstem in de gedaante van de mysterieuze Verge, die hem beschuldigt van emotionele manipulatie.


The House That Jack Built is ontegenzeggelijk een donkere tunnel naar beneden, zonder enig licht aan de andere kant.

Hoe goed Matt Dillon de rol van Jack ook speelt (Oscarwaardig, als je het mij vraagt), hij blijft als personage altijd op afstand. Dat is, naar mijn sterke vermoeden, precies de bedoeling van von Trier. De Deense regisseur verzuchtte immers dat niet de hele zaal leegliep tijdens de filmvertoning in Cannes. The House That Jack Built is niet bedoeld om het publiek een spannende film te geven, het moet juist afstoten.

The House That Jack Built is ontegenzeggelijk een donkere tunnel naar beneden, zonder enig licht aan de andere kant. En toch vind ik het een sterke titel. Het doet zonder schroom zijn eigen ding, roept een wereld op waarin de lach, huiver en ongeloof erg dicht bij elkaar zitten. Alle handelsmerken van von Trier zitten erin, en dan met factor tien. Er zullen heus nog wel titels komen dit jaar die veel verder gaan (ik kijk uit naar Climax), tot die tijd is dit een hoogtepunt in von Triers oeuvre. Misschien wel zijn beste werk.

Lars von Trier/Matt Dillon en Brüno Ganz

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: