Advertenties
Skip to content

Niemand in de stad

Als op een filmposter staat vermeld dat een film is gebaseerd op een “bekroonde bestseller”, ben ik direct wantrouwig. Waarom zou je zoiets moeten vermelden? Is de filmtitel niet genoeg? Toch ben ik ook nieuwsgierig. Terwijl Sinterklaas alvast ons land binnenkomt, ga ik naar Niemand in de stad in Kriterion. Het script is medegeschreven door Philip Huff (die ook de “bestseller” schreef) en gaat over het studentenleven van Philip, Matt en Jacob. Alledrie gaan ze door het proces van volwassenwording, wat bij de ene soepeler verloopt dan de andere. Philip heeft een relatie met Elizabeth. Om ook eens ander vlees te ervaren besluit hij een scheve schaats te rijden met Karen. Matt is vervreemd van zijn vader.

Als hij een brief krijgt met de mededeling dat zijn vader doodziek, is komt hij in een beknellende positie terecht. Jacob, de stilste, worstelt met zijn heimelijke homoseksualiteit. De jongens komen op een kruising te staan en moeten fundamentele keuzes maken.

Dat het boek een bestseller is wil ik graag geloven. Jong zijn, seks, de dood, alle populaire thema’s komen voorbij. Als film vind ik het eerder een verzameling van uitgekauwde cliché’s. Natuurlijk wordt in het studentenleven veel gedronken. Uiteraard worden de seksscènes expliciet in beeld gebracht. Vanzelfsprekend wordt er drugs gebruikt. Niemand in de stad meandert door de plot zonder echt iets nieuws te vertellen. Daar komt ook nog eens bij dat ik helemaal niets heb met studentenvereningen zoals die van Jacob. Ik probeer ervoor open te staan, ik zie slechts zuipende en neukende studenten die zichzelf op de top van de wereld wanen.

Dat het boek een bestseller is wil ik graag geloven.

Eén scène weet nog voorbij het studentenleven te kijken. Matt besluit alsnog zijn vader op te bezoeken en neemt Philip mee. Even geen flauwe studenengeintjes, ontgroeningstaferelen, haantjesgedrag of neukpartijen. Even een moment waarin de makers wat drama aansnijden. Spijtig genoeg speelt Kim Feenstra de minnares van Mats’ vader. Het is een prestatie om in zo’n korte schermtijd zó afschuwelijk te spelen. Sowieso wordt dit familiedrama erg ongemakkelijk uitgespeeld. Philip spuit nog wat quasi-diepgaande vragen over vaders en zonen, Feenstra kijkt vanachter haar zonnebril toe, en dat was het wel.

Het kan niet worden ontkend dat de personages een ontwikkeling doormaken (niet altijd even positief), maar Niemand in de stad is verder zo plat als een munt van tien eurocent. Dat er nog een akelig pretentieus toontje in is geschreven (waarom kijken de personages in de camera…?) doet de film geen goed. Voor de liefhebbers van de bestseller.

Michiel van Erp/Minne Koole en Chris Peters

 

Advertenties

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: