November

In November is alles mogelijk. De film begint met een “kratt” (een magisch wezen van metaal en hout) die een koe ontvoert en dumpt bij een boerderij. Overleden geliefden lopen ’s nachts door het bos, op zoek naar onderdak en voedsel. Liina is dolverliefd op Hans, maar die is gevallen voor de dochter van de graaf die lijdt aan slaapwandelen. Oh, en Liina is een weerwolf. Als de maan vol is vlucht ze poedelnaakt het bos is en smeert zich in met een doorzichtig goedje, waarop regisseur Rainer Sarnet in het volgende shot een wolf toont die tussen de bomen doorrent, op zoek naar haar geliefde Hans.

Ik kan een rariteitenkabinet als deze wel waarderen, toch is dit alles zo vreemd en fragmentarisch dat ik even moet acclimatiseren. En ook als ik er goed in zit moet ik denken aan de meest tenenkrommende vraag die er bestaat: waar gaat het nou eigenlijk over? Het gevaar van zo’n curiosum is dat het iets willekeurigs krijgt. Je kan er op een gegeven moment wel van alles ingooien. En dat gevoel bekruipt mij toch een beetje in het begin.

Als de lijntjes duidelijk worden, de verhalen zichtbaar worden, blijkt November een bloedmooie sprookjachtige beeldenstroom te zijn. Onbeantwoorde liefde, deals met de Duivel, de pest die in de vorm van een varken het dorp terroriseert, spijt van beslissingen uit het verleden, er gaat nogal wat schuil onder het excentrieke oppervlak. Hoewel November zijn fragmentarische karakter blijft houden (ik verdenk Sarnet hier een beetje van mooifilmerij) weet het wel onder de huid te kruipen. Het is een sfeertje dat doet denken aan de werken van David Lynch, in het bijzonder Twin Peaks. Het is zo’n titel die zich weinig aantrekt van wat het grote publiek wil zien en gewoon zijn eigen gang gaat. Zoiets kan ik alleen maar prijzen.

de film is nog ingezonden voor de 90e acadamy awards in de categorie “beste buitenlandse film”, maar werd niet genomineerd

Toch vind ik ook dat November bij wijlen gevaarlijk dicht tegen het pretentieuze aanschuurt. Alsof Sarnet grote dingen wil zeggen die niet lekker overkomen. Zo zijn er beelden die er prachtig uitzien maar waarvan ik mij afvraag wat ermee gezegd wordt. Dat is het enige minpunt van deze bijzondere titel die zich op zijn minst de opmerkelijkste film van het jaar mag noemen. En gelukkig zit er ook de nodige humor in – de Duivel wordt als een hyperactieve komiek gespeeld – dus dat brengt weer wat balans in het geheel.

Rainer Sarnet/Rea Lest en Jörgen Liik

 

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.