2001: A Space Odyssey

Er zijn films die op het grote scherm meer respect afdwingen dan op de tv. 2001: A Space Odyssey is zo’n film. Toen er een hervertoning zou zijn in de FilmHallen, beschouwde ik dit als eenmalige kans om Stanley Kubricks epos op de juiste manier te kijken. Samen met een select groepje bezoekers zat ik in de zaal. Ik vermoedde dat het publiek eigenlijk was gekomen voor de trippy sterrentunnelscène, die laat nog even op zich wachten. Eerst is er de opkomst van de mens. Ofwel, acteurs in apenpakken die geconfronteerd worden met een zwarte monoliet, en dan ontdekken dat een stuk bot kan dienen als wapen.

Kubrick spoelt vervolgens een paar duizend jaar vooruit in de tijd, naar de mens die de ruimte verkent. Dat er in de tussenliggende periodes óók veel gebeurt in de geschiedenis, wordt even terzijde geschoven. Op de maan is weer de geheimzinnige monoliet opgedoken. Een groepje wetenschapper gaat op onderzoek uit en wordt ter plaatse afgeschrikt door een oorverdovend lawaai. Kubrick geeft dan het stokje over aan de astronauten Dave en Frank, die samen met de kunstmatige intelligentie HAL richting Jupiter trekken. Het doel van een missie is in nevelen gehuld. Het plan krijgt een macabere wending als HAL zich tegen zijn menselijke collega’s keert.

2001: A Space Odyssey is geen film die je kijkt voor een sluitende kijkervaring. Kubrick en schrijver Arthur C. Clarke (op wiens verhaal The Sentinel de film is gebaseerd) doen hun best het mysteriegehalte hoog te houden. Er zijn scènes die zo overweldigen dat het mysterie voor lief wordt genomen. Zo krijg ik nog steeds kippenvel als het scherm verandert in een psychedelische snelweg aan de rand van het universum, of wanneer het sterrenkind terugzweeft naar aarde. Scènes als uit een intergalactische nachtmerrie. Het onderkoelde acteerwerk en lange shots onderstrepen het statige karakter van de film. Kubrick houdt minutenlang de camera gericht op het groepje apen, of een astronaut die zijn oefeningen in het ruimteschip doet, als om zo het belang van deze beelden te benadrukken.

hal had oorspronkelijk een vrouwenstem moeten hebben

De vernieuwingsdrang, om alle conventies te breken, om vragen te stellen over de mensheid, dat is gelukt. 2001: A Space Odyssey is naast visueel flamboyant echter ook erg afstandelijk, en doet meer denken aan een vervreemdend filmessay dan een meeslepende sciencefictionepos. Het ziet er mooi uit maar voelt leeg. Mocht je je eens aan de ultieme trip willen wagen, dan is dit de perfecte titel. Mocht je behoefte hebben aan antwoorden, dan raad ik het verhaal van Clarke aan.

Stanley Kubrick/Keir Dullea en Gary Lockwood

 

 

 

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.