The Good, the Bad and the Ugly

Episch. Meeslepend. Groots. Dat zijn de eerste woorden die bij mij opkomen als ik de eerste paar minuten van The Good, the Bad and the Ugly zie. Ik ben geen fan van de western, voor klassiekers maak ik graag een uitzondering. Zeker als het door Sergio Leone is geregisseerd en Clint Eastwood er een hoofdrol in speelt. In dit geval speelt hij de rol van de zwijgzame Blondie. Hij wordt naast acteerkanon Eli Wallach geplaatst, die heethoofd Tuco neerzet. Lee Van Cleef mag Angel Eyes vertolken. Door heel erg veel toeval kruisen de drie zwervers elkaars paden. Ze delen één doel: het vinden van goud. Op een kerkhof. Blondie en Tuco zijn de enige die weten waar precies. Alle reden voor Angel Eyes om dit duo scherp in de gaten te houden.

In het begin wordt duidelijk dat deze film een grootse ervaring gaat worden. Na een uitgebreid weids shot van het woestijnlandschap, komen er drie koppen in beeld. Leone brengt deze gezichten van veraf en dichtbij in beeld. Heel erg dichtbij. De gezichten zijn bezweet, zongebruind en verweerd. Echt gezichten die bij dit soort landschappen horen. Ze duiken een kroeg in, er klinken schoten, Tuco springt door het raam en vlucht weg. Halverwege zijn sprong bevriest het beeld en wordt in krullende letters “the ugly” gespeld. Door puur met beelden te communiceren heeft Leone direct de toon en sfeer van zijn film neergezet. Het duurt tien minuten voor we de eerste regels dialoog krijgen, waarin de plot wordt uiteengezet: ergens ligt goud begraven. En dat moet dringend worden gevonden.

The Good, the Bad and the Ugly kan nog het beste worden omschreven als drie personages die steeds om elkaar heen draaien en in een explosieve climax tegenover elkaar staan. Gedurende de hele film ontmoeten de drie personages elkaar, verschuiven hun verhoudingen en is nooit duidelijk wie welke rol op zich neemt. Wie van hen is nou echt “the good”, “the bad” of “the ugly”? Door deze labels zo vaag mogelijk te houden, weet Leone deze western een mooie psychologische laag mee te geven.

Natuurlijk gaat een western gepaard met schiet- en knokpartijen. Leone zorgt voor knalharde actie. Angel Eyes heeft er geen moeite mee zijn kogels op onschuldige bijpersonages af te vuren en Blondie en Tuco hebben de wapens steeds op elkaar gericht. Als iemand maar in de buurt van zijn revolver komt, is het te hopen dat hij snel kan richten en vuren.

Volgens 1001 Movies You Must See Before You Die is Leone niet bijster geïnteresseerd in plot. Dat is te voelen. Er vinden nogal wat toevalligheden plaats (neem de woestijnscène, als Bill Carson ineens opduikt) en er zijn scènes die ik niet goed kan plaatsen. Waarom duikt ineens de broer van Tuco op, om daarna niet meer terug te komen? Hoezo zit Angel Eyes in het leger? De film moet het vooral hebben van de overweldigende stijl die Leone bijna drie uur lang vasthoudt. Van de shots tot de look van The Good, the Bad and the Ugly, alles moet zoveel mogelijk epiek ademen. Dat is iets te veel voor mijn spanningsboog, het is zonder twijfel een prestatie van megalomane omvang.

Sergio Leone/Clint Eastwood en Eli Wallach

Geef een reactie