Maniac

Ik ben verdorie over naar het derde jaar proza. Dat vraagt om een horrorfilm vanavond, een titel om de adrenaline in kwijt te kunnen. Ik ga voor Maniac. De remake dan. Bij de laatste Night of Terror kreeg ik fragmentarisch het origineel mee. De forse Joe Spinell speelde de rol van Frank Zito die de straten van New York onveilig maakt. Van wat ik meekreeg vond ik dat het een lekker dromerig sfeertje had – meer nachtmerrie dan droom misschien – en dat Spinell een uitstekende seriemoordenaar neerzette. In de remake is deze rol weggekegd voor… Elijah Wood. Inderdaad, Frodo. En de makers hebben deze herinterpretatie nog een extraatje meegegeven: het is gefilmd vanuit Frank Zito zelf. Letterlijk. Het is niet echt een originele zet, zo gebruikte Gasper Noë deze techniek voor Enter The Void, en zette Hitchcock deze first person view nog in voor een scène in Spellbound. Dit neemt niet weg dat regisseur Franck Khalfoun dit bijzondere camerawerk effectief weet in te zetten, en van deze versie van Maniac een nachtmerrie maakt.

Het is tegenwoordig lastig om het hedendaagse horrorpubliek nog te shockeren. We zijn tegenwoordig de gruwelijke martelingen van Saw gewend, dus om ons de ogen te laten sluiten moeten filmmakers ofwel innovatief zijn, ofwel grenzen overschrijden. Maniac kan lastig worden omschreven als een zeer innovatieve film, het weet de cameratechniek wel te gebruiken om grenzen op te zoeken. Niet in termen van bloedfonteinen en uitpuilende organen, wel in termen van directheid.

In de eerste minuten van Maniac stalkt Frank een meisje, om te eindigen in haar appartement. Hij houdt zich schuil met een groot mes en wacht zijn kans af. Als het meisje alleen is en met haar rug naar hem toe staat gekeerd, bevriest ze. Langzaam draait ze zich om, waarop Frank zegt “be quiet”, en ramt zijn mes door haar onderkaak. Dwars door haar hoofd. Normaal gesproken zou nu een andere camerahoek volgen, Khalfoun haalt het optimale uit het first person perspectief. Het meisje kijkt recht in de camera, en wij, het publiek, zien het leven uit haar ogen vloeien. Daarna snijdt Frank haar hoofdhuid weg, waarop het lichaam levenloos in elkaar zakt. Geen suggestie, geen enkele keer wordt weggesneden van het gruwelijke beeld. Wat Frank ziet, zijn wij ook. En op die manier worden wij meegenomen in zijn duistere wereld.

Frank is niet alleen moordlustig, psychologisch mankeert er ook wat aan hem. Hij heeft last van hallucinaties en hoort stemmen. Het laatste krijgen wij niet mee, de visuele hallucinaties daarentegen wel. Als hij in een restaurant zit bijvoorbeeld, en iedereen hem plotseling aankijkt. Omdat wij alles zien vanuit het perspectief van Frank, kijkt iedereen recht in de camera. Het is duidelijk dat dit een product is van zijn eigen waanzin, het blijft ongemakkelijk. Ook wanneer zijn mannequinpoppen tot leven komen, geeft dit het gevoel dat Maniac een nachtmerrie is waaruit onmogelijk te ontsnappen valt.

Ik vermoed dat de grootste vraag is: en Wood dan? Hoe overtuigend is hij als seriemoordenaar? Het verrassende antwoord: heel erg. Joe Spinell was een zweterige kolos die je, zoals AllMovie het omschrijft, niet wil tegenkomen in een donker steegje. Elijah Wood kan nog het beste vergeleken worden met Norman Bates. Een volwassen man die nog een kinderlijke geest bezit en wordt achtervolgd door jeugdtrauma’s. Neem je bij Spinell zijn kwaadaardigheid als vanzelfsprekend aan, Wood weet het personage wat meer kwetsbaarheid te geven. Als hij in paniek raakt of spijt heeft van zijn daad, dan geloof ik het. En dat maakt het allemaal nog een beetje enger.

Er zijn ook minpunten aan te wijzen, zo zwaait de camera soms iets te veel heen en weer en kan het gehijg van Frank op de zenuwen werken. Dit weerhoudt Maniac er niet van een heerlijke, eigenzinnige horrorfilm te zijn met een “in your face” aanpak.

23-6-2017/Franck Khalfoun/Elijah Wood en Nora Arnezeder

Geef een reactie

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.